Peli Header Menu

ATEX DIRECTIVES

De ATEX-richtlijn (94/9/EG) regulariseert dat fabrikanten verplicht zijn om ALLEEN naar behoren gecertificeerde apparatuur te leveren die wordt gebruikt in potentieel explosieve omgevingen. Voor de werknemers geldt een andere ATEX-richtlijn (99/92/EG) die de eisen regulariseert voor de bevordering van de veiligheids- en gezondheidsbescherming van werknemers die mogelijk risico lopen door explosieve atmosferen. Beide richtlijnen dienen te worden nageleefd.

Deze richtlijnen verklaren dat elk gebied moet worden geclassificeerd volgens het potentiële gevarenrisico zodat enkel naar behoren gecertificeerde apparatuur kan worden gebruikt in dat gebied. Bij de oude CENELEC (vorige richtlijn) werden verschillende gebieden verdeeld in drie classificaties: Zone 2, Zone 1 en Zone 0 afhankelijk van het risico. Bij de ATEX-richtlijn wordt elke zone gekoppeld aan een Categorie en wordt alle elektrische apparatuur geclassificeerd volgens deze categorieën, waardoor de apparatuur wordt gecertificeerd volgens het gebied waarin ze veilig kan worden gebruikt.

IS MIJN LANTAARN CORRECT GECERTIFICEERD DOOR ATEX?

Om te voldoen aan de exacte eisen van de ATEX-richtlijn 94/9/EG, worden Peli-lantaarns getest om te verzekeren dat ze geen ontstekingsgevaar vormen wanneer ze in gevaarlijke omgevingen worden gebruikt. De lantaarns worden in erkende laboratoria getest om te verzekeren dat ze de strenge impact- en valtesten zullen doorstaan, bestand zijn tegen hevige milieublootstellingen en beschikken over een minimale IP54-bescherming betreffende de binnendringing van vaste stoffen en vloeistoffen.

Elke ATEX-gecertificeerde lantaarn dient een code op zijn behuizing te hebben. Deze code wijst de gebruiker op het gebied waarin de lantaarn veilig kan worden gebruikt zonder explosierisico.

ATEX Directive for L1 1930 ZO
II 1 G EEx ia IIC T6 Tamb - 40º C to + 60ºC
De CE-markering wijst op de goedkeuring van de Europese Commissie voor Elektrotechnische Standardisatie.
Ex in de zeshoek wijst op de “bescherming tegen de explosies”.
II II wijst op Groep II-apparatuur = Niet voor gebruik in mijnen.
1 1 wijst op ATEX-Categorie 1 (Oude Zone 0).
G G wijst op de testen op gassen en dampen.
EEx EEx wijst op apparatuur getest onder de laatste Europese Overeengekomen Norm voor gebruik in explosieve atmosferen.
ia ia wijst op intrinsieke veiligheid. ‘i’
IIC Gasgroepering (acetyleen en waterstof)
T6 T (1,2,3,4,5,6) is de apparatuurclassificatie op zijn maximale oppervlaktetemperatuur: T1=450ºC T2=300ºC T3=200ºC T4=135ºC T5=100ºC T6=85ºC
Tamb Omgevingstemperatuurbereik in werking (Standaard tussen -20 & +40º C niet noodzakelijk aanwezig)
X na het certificaatnummer geeft aan dat de apparatuur of het beveiligingssysteem onderhevig is aan speciale voorwaarden voor veilig gebruik die in het schema voor dit certificaat gespecificeerd zijn.


<< Veiligheidscertificaten